Het is een moeilijk en pijnlijk gesprek nu, tussen mensen die steun betuigen aan Israël of aan Palestina. Bemoeilijkt door oude lijnen van solidariteit en historische en soms religieuze verbondenheid; Joden voelen zich verwant met Israël al nemen ze afstand van Israëlische politiek en optreden in Gaza. Moslims voelen zich verbroederd met Palestina, al keuren ze terreurdaden van Hamas af. Er wordt veel oude pijn getriggerd van anti-semitisme en islamofobie. Eeuwen oude oorlogen herleven in het hier en nu.
Wat mij raakt is het gebrek aan vaardigheid om meervoudig te denken. Om en / en te kunnen voelen in plaats van of / of. En om de grote 'MAAR' weg te laten in gesprekken. Want die zie en hoor ik de hele dag. 'Ik vind het vreselijk dat er door Hamas bejaarden bloot door de straten worden gedragen, maar....' en dan volgt een historische uitleg van de onderdrukkende bezettingspolitiek door Israël. 'Je kunt toch niet een miljoen onschuldige mensen afsluiten van water en voedsel nu, maar...' en dan volgt een uiteenzetting over het recht op zelfverdediging en de behoefte aan een eigen Joodse staat na WOII.
Wat veroorzaakt die 'maar'? De Roze Olifant in de kamer, is dat die 'maar' is verbonden met schuldgevoel. 'We' voelen ons schuldig omdat we de Joden die terugkeerden uit de Nazi concentratiekampen slecht hebben ontvangen, dus vinden 'we' dat we nu onvoorwaardelijk achter Israël en haar politieke leiders moeten staan. Daarbij sluiten we de ogen voor onwelgevallige informatie over schendingen van burgerrechten. 'We' voelen ons schuldig omdat we de noodkreten van Palestijnen hebben genegeerd. Daarom spreken we onze afschuw niet uit over de slachtpartij door Hamas, omdat er een klein stemmetje 'dat komt er van' in ons schuilhoudt.
Radicaal meervoudig zijn in oorlogsgebied is een welhaast onmogelijke opgave voor ons menselijk brein en kan je nauwelijks vragen. Het diepste gevoel van overlevingsdrift, of juist willen sterven voor je volk en strijden tegen onrecht is daarvoor té groot in een oorlogssituatie. Maar hier, in de luxe van een vredig Nederland, moeten we dat van onszelf en elkaar kunnen eisen, al kost dat moeite en beheersing. Doen we dat niet, dan transporteren we de patronen van verwijdering, polarisering en uiteindelijk geweld, naar onze eigen samenleving. Dan dringt die diep door in de vreedzame relaties tussen mensen en groepen waar we tientallen jaren in hebben geïnvesteerd.
Het is echt doenlijk om tegen je Joodse medeburger te zeggen: 'wat afschuwelijk wat je is aangedaan, heb je familie aldaar en ik leef diep met je mee'. Zonder maar. Of je Palestijnse collega te vragen: 'hoe gaat het met je familie gaat nu en hoe verdraag je de angst?'. Zonder maar.
En het is echt mogelijk om je uit te spreken tegen de invasie van Gaza en het beleid van Israël, zonder de insinuatie dat je daarvoor een wrede terreurdaad rechtvaardigt en je geen compassie met slachtoffers hoeft te hebben. En je mag echt uitleggen aan je medelanders hoe het is om een volk te zijn zonder land in een vijandige wereld, zonder dat je daarvoor hoeft te pleiten voor de rechtvaardiging van staatsgeweld.
Compassie en afkeuring kunnen samengaan. We zijn hier in Nederland niet in oorlog. We mogen meer verwachten van elkaar dan gemakzuchtige standpunten, verankerd in overmatige identificatiepolitiek en schuldgevoel. We kunnen beter! Stop de Ja Maar.