In de winter van 2025/ 2026 bezocht ik Tanzania. De focus lag op de schitterende natuur; een lang gekoesterde wens om de Great Migration te zien. De trektocht van duizenden gnoe’s, zebra’s, olifanten, impala’s door de rivieren en vlaktes van Serengetti. Het was adembenemend mooi. Ook de andere Nationale Parken Arusha en Tarangire staan voor altijd in mijn herinneringen en hart gegrift. Maar naast natuur… ook gegrepen door de mensen van Tanzania met hun veerkracht, vriendelijkheid, diversiteit en traditie.

In Arusha en Tangarire maakte ik met mijn gezin een wandelsafari. Een indrukwekkende belevenis. Perspectief is écht alles bepalend. 'Op safari' in Oost-Afrika is voornamelijk vanuit een jeep. Omdat het gevaarlijk is je als mens lopend tussen de groten der aarde te begeven. Maar op sommige plekken kan het wel. Met voorzichtigheid. Goed waakzaam. En onder begeleiding. En dan verandert alles. Opeens zag ik dat de bush één groot buffet is, met overal botten, poep en voetsporen. Diep onder de indruk. Wát een hoeveelheid, wat een leven, wat een rauwheid. Dankbaar voor ranger Peter. Die ons leerde dat impala poep heel klein en hard is, omdat impala's bijna al het vocht effectief gebruiken in hun lijf. Dat olifanten met hun slurf waterholes maken om in te badderen en het grondwater lekkerder is dan het zilte water uit de rivier. Dat in olifantenpoep harde noten en bessen zitten, apen die opeten en zo aan verspreiding van bomen meehelpen. Dat er rond elk zebra karkas wel een paar gieren zweven. Dat er verschillende soorten mangoesten zijn, herkenbaar aan hun voetsporen. Dat je moet blijven letten op bosjes waarachter zich iets kan schuilhouden. Dat termietenheuvels zo'n ingewikkelde architectuur hebben, met een aircosysteem, waarbij de termieten het dak open- of dicht kunnen doen om door te luchten op warme dagen. Het was magisch.

En we voegden Dar Es Salam aan ons rijtje grote, klamme steden toe. "Vieze steden". Mensen vinden het soms maar raar. Ik, en mijn reislustige gezin gelukkig ook, ga liever naar Jakarta dan naar Bali. Liever naar Delhi dan naar Goa. Liever naar Dar Es Salaam dan naar Zanzibar. Rondstruinen over de Kariakoo markt om een nieuwe tandenborstel te kopen, cassave eten met onze handen op Coco Beach, in een tuk-tuk of achterop een motor je door het verkeer laten lozen, op nieuwjaarsdag om 8.00 uur 's ochtends (ja echt!) de gezongen Lutherse mis bijwonen, in gesprek met mensen over hun struggle, hun dromen en hun strijd. Ja, Dar Es Salaam is verzengend heet, vies, plakkerig, lelijk, chaotisch, politiek gespannen, arm. De meeste mensen willen er eigenlijk niet wonen en ik ben me heel bewust dat ik makkelijk kan praten vanuit het privilege dat ik er na een tijdje weer weg kan naar een groen en welvarend land. Per maand komen er duizenden mensen uit Arusha, uit de mooie natuurgebieden en andere regio's naar de stad toe. Omdat ze hopen op iets meer kans op werk dan waar ze vandaan komen. Maar ook in Dar Es Salaam is het leven keihard en leeft 1/3 onder de armoede grens. En toch.... Dar Es Salaam bruist. Broeit. De jongere generatie eist transformatie op. Bij gebrek aan banen is bijna iedereen ondernemer. Creatieve business ontstaat. Er wordt gedroomd, gedanst en hard gewerkt. Een soort jaren 50 wederopbouw vibe. Ja Oost-Afrika heeft nog een lange weg te gaan. Maar waar Europa in een soort comfort-stand in-sukkelt, gebeurt 'het' in Oost-Afrika in steden als Nairobi en Dar Es Salaam. Kunsten, investeringen, muziek, jongerencultuur, natuurconservatie... Het groeit en bloeit. Hoopvol en het kan twee kanten op. Dingen worden écht moeilijk of Dar Es Salaam is over een paar jaar de stad waar je geweest moest zijn.

Antropologische kers op de taart was de kennismaking en mooie gesprekken met de Masai. De Masaivormen een van de bekendste etnische groepen in Oost-Afrika. Ze leven vooral in het zuiden van Kenia en het noorden van Tanzania, verspreid over uitgestrekte savannes en graslanden. Hun rijke cultuur en opvallende leefstijl hebben wereldwijd aandacht getrokken, maar achter de iconische beelden van rood geklede krijgers en sierlijke sieraden gaat een gemeenschap schuil die voortdurend balanceert tussen traditie en moderniteit. Ik was getroffen door de vriendelijkheid van de Masai en door de uitdagingen die ze nu tegenkomen, nu leefstijl en bevolkingsgroei botst met moderniteit en natuurconservatie. In 2026 bezocht ik de Masai in Tanzania. Eerlijk gezegd had ik ook een wat beperkt beeld van Masai, als zouden ze in afgelegen gebieden leven en af en toe hun dansen uitvoeren voor toeristen. Niets is minder waar. De Masai in Arusha zijn alom vertegenwoordigd. Sommige Masai leven traditioneel en nomadisch, anderen zijn al dan niet gedwongen geassimileerd, gaan naar school, studeren, zijn politiek actief, spreken engels en wonen in een huis.

Over de Masai en de lessen in organisaties en samenleving schreef ik dit artikel.

De lessen van de Masai komen terug in het thema lidmaatschap en leiderschap in de training Own Your Rank.