ROTTERDAM - Kantoorslaven lijken te zijn genezen van de ’Hollandse ziekte’. Aan de vooravond van een derde coronawinter – naar verwachting minder zwaar dan de vorige twee, maar toch – hebben we geleerd om met een snotneus gewoon thuis te werken, óók als het ’maar een verkoudheidje’ is.
Tweeënhalf jaar geleden, drie weken voor de start van de eerste coronalockdown, had corporate antropoloog Danielle Braun er nog eentje: een cursist die rillend en snotterend toch maar was gekomen. Nou, „die cursist kreeg alleen maar complimenten”, zegt Braun daar nu over. „Medecursisten die een dekentje aanboden, of de paracetamol uit hun handtasje tevoorschijn toverden: alles om elkaar er maar doorheen te trekken.”
Griepwinter
Dat zou nu echt niet meer kunnen, zeggen Braun en andere deskundigen nu - onafhankelijk van elkaar. Met een nieuwe griepwinter voor de deur en met een al verhoogd waarschuwingsniveau op het roemruchte coronadashboard constateren ze dat er de afgelopen kleine drie jaar toch echt wel iets veranderd is aan onze ’snotteretiquette’.
„We waren ons nooit zo bewust van rein en onrein”, zegt bijvoorbeeld Braun. „Of over hoe asociaal het is om anderen in besmettingsgevaar te brengen. Nu is dat bewustzijn er veel meer.”

