De laatste twee weken bevond ik mij met mijn onderneming op de jachtvelden. Rondspeuren, onderhandelen, heel dicht op de nieuwe richtlijnen en het nieuws zitten, weten wat er leeft onder mijn klanten, kijken wat concurrenten doen en laten. We jaagden op locaties waar we, omdat het weer mag volgende week, goed en bovenal veilig, aan de slag zouden kunnen met onze opleidingsgroepen. Het is gelukt. Glimmend van trots kwamen mijn 'bedrijfsjager' en ik, binnen met de buit. Alsof we een groot hert hadden gevangen. Toegejuicht door onze trainers en associate partners; de appgroep ontplofte. Voorzichtige direct messages van collega ondernemers; 'hoe heb je dat nu weer zo snel voor elkaar'? Volgende week is het barbecuetijd: we gaan weer live trainen. Ik kan niet wachten op die schranspartij waarbij de jachtbuit overvloedig verdeeld zal worden en we met onze deelnemers zullen genieten van weer samenzijn, oogcontact, goed eten, glaasje wijn. En ja zeker; dat nog steeds sober op 1,5 meter contact, op veilige afstand en met picknickzakjes in plaats van buffetten.
Als antropoloog kijk ik naar organisaties en organogrammen met een tribale bril. Ik zie chiefs (bestuurders en CEO's die rustig beslissingen nemen en onrust beteugelen), magiërs (de experts die wonderen verrichten en dingen weten die niemand anders weet), jagers (de innovators die unieke nieuwe techniek, methodiek, klanten en locaties voor de tribe weten te vangen), verzamelaars (de mensen in de front office en front linie die het daadwerkelijke werk uitvoeren met burgers, klanten, patiënten, leerlingen), elders (de raden van toezicht en politiek bestuurders die de totem, de ziel van de organisatietribe bewaken) en stamoudsten (de middenmanagers die alle lijntjes aan elkaar binden en als goede vader of moeder voor de verzamelaars zorgen).

