Gouden randje
Jong, wild, vrouw, droeg lippenstift, best cute om te zien én gay was ik toen ik bij de politie ging werken. Het duurde maar een paar uur... voor de eerste homograppen om mijn oren vlogen. Ik vond ze eigenlijk wel leuk. De meeste dan. En eigenlijk; wist ik zelf altijd betere. Hardere. Wat steevast in gezelligheid ontaardde. Op de flirts en 'kan ik je bekeren, ik heb er een met een gouden randje' reageerde ik met gegaap, wat doorgaans uiterst effectief was.
Papegaaien
Later kreeg ik bestuurlijke rollen in meer ambtelijke organisaties. Nog steeds was ik jong, cute en ik werd dan ook vaak voor de secretaresse aangezien, als ik met mijn mannelijke beleidsmedewerker ergens binnen stapte. In directieoverleggen was ik met nog wat andere vrouwen echt dik in de minderheid. Apenrots gedrag was hier wellicht wat minder ruig, doch niet minder riskant. Nieuwe strategieën volgden. Zo spraken we met het kleine groepje vrouwen af, dat als een van ons een goed punt inbracht waar niet naar werd geluisterd, we 'de papegaai' deden. Dan zeiden we bijvoorbeeld: 'zoals Irma net uitstekend naar voren bracht, wil ik nog eens herhalen...', net zolang tot de voorzitter het wel oppakte. Werkte uitstekend. Een keer riepen we in koor toen de Bokito's erg over de top gingen: 'oké, jullie hebben allemaal de grootste'. Het was drie maanden verdomd rustig in het MT.

