De versoepeling van de lockdown leidt tot grote verwarring. Mensen hebben behoefte aan duidelijke regels, schrijft antropoloog Daniëlle Braun.
Daniëlle Braun 4 juni 2020,
In Elsbeek viert een caféhouder een feestje. De carnavalesk aandoende beelden komen naar buiten. De polonaise wordt gedanst. Daar wordt al heel snel schande van gesproken. Excuses volgen. En de verklaring dat het een besloten feestje betrof.
Een paar uur later demonsteren een paar duizend mensen op de Dam. Voor een doel dat velen raakt. Burgemeester Halsema kiest er voor de demo niet af te blazen, omdat het doel zo belangrijk is. Verbijstering, met name vanuit de zorghoek, volgt. Ondertussen vullen zich terrassen die zorgvuldig en met anderhalvemeterstokken door horeca-ondernemers zijn ingericht. Op kantoren, pretparken, in openbare ruimtes, worden tapes geplakt om zorgvuldig te zijn.
We kunnen dit natuurlijk als incidenten beschouwen. Maar als antropoloog denk ik dat we in opperste culturele verwarring zijn. Dat we een anderhalvemetersamenleving hebben bedacht, waarvan we eigenlijk niet zo goed weten waarvoor die precies dient en welk deel van de maatregelen nu rituele angstbezwering zijn en welke echt ergens toe dienen. We doen op dit moment heel veel ‘omdat dat nu eenmaal moet’, zonder echt te snappen waarvoor we het doen. Informatieve berichten volgen elkaar snel op: ventileren, buiten kan het geen kwaad, het virus is al uitgewoed, voorbeelden van superverspreiders, besmetting via dieren, mogelijk een tweede golf.

