Ik smul van ze. De groep 'Vlaamse psychiaters', met trouwens mínstens even goeie Nederlandse soortgenoten, die ons inwijden in wat ik graag 'de nieuwe melancholie' noem. De acceptatie dat het leven een zeven is. Dat verdriet bij het bestaan hoort, dat niet elke emotie op een depressie duidt, dat we de GGZ moeten bewaren voor echte psychiatrische ziektes en niet voor wat zieleleed, en dat aanvaarding van het lot tot grote zielerust leidt. Ik geloof ze, drink ze, slurp ze op. Ze maken grauwe dagen gewoner en wolken lichter. Ze pleiten voor de luiken af en toe sluiten, je niet gek laten maken door apocaliptische doemscenario's en te genieten van gezin, huis en haard.
Tegelijk wil ik gooien met hun boeken, schreeuwen 'man, maak er wat van', roepen dat het grumpsy old boys zijn die eens met van Rossum moeten gaan praten. Vind ik het moppersmurfen en zeikmannetjes. Zesjescultuursnuivers die alleen in een westers welvarend land dit soort uitspraken kunnen doen. Moet je eens in een wederopbouw land als Cambodja mee aankomen; praten over of je ongelukkig wordt door geluk na te streven. Luidkeels uitlachen zullen ze je. Mens... brood op de plank. Ik hoor vanaf de wolken Ramses zingen 'zing, vecht, huil, bid, werk, lach en bewonder.' Ik geloof in gaan tot het gaatje, de wereld zelf mooier kleuren. Dan wil ik mijn haar losgooien, dansen tot in de nacht, werken tot ik er bij neerval en heel China eruit concurreren, ondernemen dat het een lieve lust is. Rot op met je het leven is een zeven. Acht geeft kracht, een negen is een zegen en met een tien wordt je gezien.

