De wereld is een verwarrende en onrustige plek, die we proberen te begrijpen door op zoek te gaan naar orde. We zien de regelmatige cycli van dag en nacht, het wassen en afnemen van de maan, de getijden en het terugkeren van de seizoenen. We horen muziek, onze eigen hartbeat, de polyphone zang van onze stam. We proberen de overvloed van de natuur en de complexiteit van de wereld te herleiden tot simpele regels, om orde te scheppen in wat aanvankelijk oogt als chaos. We zijn allemaal patroonzoekers. We houden ons aan patronen vast en we proberen ze te doorbreken. Omdat ze ons dwars zitten. In de wereld, in de politiek, in je team of organisatie, in je familie aan het paasontbijt en last but not least in jezelf.
Patronen zoeken. Het is een gewoonte die is ingebakken in onze hersenen. Vanaf het moment dat we ons als baby bewust worden van herhaalde geluiden en ervaringen, gebruiken we patronen en regelmatigheden om te overleven en wegwijs te worden in de wereld.
Patronen zijn voer voor wetenschappers; van wiskundigen tot psychologen en antropologen. Maar iedereen kan ze ervaren. Ze schenken naast ordening, ook esthetische en intellectuele voldoening. In bijna elke cultuur, van de Italiaanse schilders, in Rotterdamse tattooshops, tot de oude Egyptenaren, de indianen in Noord-Amerika en de aboriginals in Australië, worden kunstvoorwerpen en lichamen met regelmatige patronen versierd. We vinden deze structuren blijkbaar niet alleen aangenaam, maar ook gerustellend, alsof ze ons helpen te geloven dat overal logica en orde achter zit, wat het lot ook brengt.

