Toen ik 18 was begon ik (Danielle) vol overgave aan mijn studie culturele antropologie. Mijn ouders deelden mijn enthousiasme, maar waren ook wat bezorgd. Hoe zou hun dochter ooit haar geld kunnen verdienen met vage rituelen en verhalen van volken ver weg? Ik koos voor één van de hard-core antropologische richtingen: politiek-religieuze antropologie. Ik bestudeerde bezetenheidsreligies in Afrika en voorouderrituelen in Azië (en deed een uitstapje in een onderzoek naar conflicthanteringsstijlen van nonnen in een klooster, gewoon voor de fun). En toen, na drie jaar, kwam er iets anders op mijn pad. Nog rudimentair en net een beetje in opkomst in de VS was de Corporate Antropologie. Antropologen keken naar westerse organisatiecultuur en veranderprocessen, vanuit hun eigen antropologisch kader en theorie. Een enorme aanvulling op de gangbare inzichten uit de bedrijfskunde en organisatiepsychologie. Ik was gegrepen en combineerde de vooroudergeesten en magische rituelen met planning & controlsystemen, HRM instrumenten en change management. Ging een jaar achterin een politieauto zitten en promoveerde op de organisatiecultuur van- en sturingsperikelen bij de politie.
Omdat de corporate antropologie minder gangbaar is dan de andere organisatiewetenschappen, moet ik het vaak uitleggen. Waar zijn antropologen dan zo goed in... In de dynamiek van groepen. In het analyseren van de organisatiecultuur tot in haar diepste DNA. In het verschil zien tussen de formele organisatiestructuur en informele machtsbronnen. In snappen hoe de informele leiders met gebruik making van rituelen, verhalen en “moderne magie” een geplande organisatieverandering kunnen boycotten of stimuleren. En hoe je als leider of change manager dat proces beïnvloedt.

